Van EISEN naar UTOPIE

publié par cntaitlille, le dimanche 15 juin 2008

De directe eisen, dat wil zeggen degenen die de verbetering van de individuele levensomstandigheden of bepaalde sociale lagen beogen, en dat in het kapitalistische kader, lijken soms tegenstrijdig met het idee van revolutie. De eerste tegenstrijdigheid : met de Staat en de werkgevers voor betere condities onderhandelen, bestaat erin om over het exploitatieniveau te onderhandelen.Dat neemt niet deel om de oorzaak van het paar onderdrukking- gebruik te vernietigen, dat wil zeggen het paar Staat-werkgevers . Zijn exploitatieniveau onderhandelen is zichzelf de bourgeoisie machtigen om uit te buiten. Het is zijn onderdrukker rechtvaardigen om met hem te onderhandelen over de vorm en het niveau van zijn onderdrukking.

De tweede tegenstrijdigheid : de directe eisen zijn te integreren door het kapitalisme. Door in de logica van het kapitalisme te treden en dus de mogelijkheden die het met een beetje zogenaamd „ realisme en pragmatisme“ biedt. men de eisen zeer snel zal kunnen terugbrengen tot een aanvaardbaar en dus een „realistisch en pragmatisch“ niveau. „ wij zulen ons niet gedragen als extremisten démagogen !!!“ houden niet op om ons de goede achtenswaardige en verantwoordelijke vakbondslieden te herhalen. Het realisme en het pragmatisme (Waar hebben we geen afstand van genomen en hoe ze erin slaagden om ons deze twee schijnheilige woorden te laten aanvaarden) moeten hun werken doen, de mogelijke eisen binnen de verplichtingen van de kapitalistische economie behouden. De loonkosten namelijk te beperken opdat de productie concurrerend is op de markt, een begrotingsevenwicht handhaven teneinde de fiscale druk te verminderen, de betalingsbalans in het oog te houden, enz

De derde tegenstrijdigheid : de directe eisen kunnen het kapitalisme en zijn bourgeoisie redden wanneer de strijd dynamiek in een kritieke fase komt. Immers zal de opwinding de werkgevers en de Staat verplichten om munt los te laten. Deze staat gelijk aan aankopen te doen dus om de koopkracht van de huishoudens te verhogen. De uitgaven van de huishoudens zullen de groei stimuleren die gedurende een aan twee jaar de indruk zal wekken van een verbetering van de economie.

De bevrediging van bepaalde eisen, aangezien de Staat en de werkgevers de strijdende mensen kunnen tevreden stellen , zal de sociale vrede terugbrengen en het kapitalisme politiek redden. Door enkele kruimels aan de mensen in strijd los te laten, hoopt de bourgeoisie het essentieel te redden, wetend dat zij beetje bij beetje zal kunnen hernemen wat zij zal losgelaten hebben.

Het mooiste recente voorbeeld, is Mei 1968 waar de werkgevers en de Staat, die door de bedienden van de reformistische vakbeweging worden afgelost, zich hebben gehaast om de actie en de rechtstreekse democratie stop te zetten, de algemene staking, de politieke crisis die het kapitalisme, bedreigden door nooit geëvenaarde voordelen toe te staan, beroemd zijn„de Overeenkomsten van Grenelle“. Overeenkomsten die tot nu toe als „huid van verdriet“ zijn verminderd, want door de teruggekomen rust kan de bourgeoisie zijn zaken hernemen. Een beetje inflatie, stijging van de belastingen, van de productiviteit (Ritme, uren, automatisering, nieuwe organisaties van de productie). Loonbeperkingen zullen de volgende jaren (lonen, sociale uitkeringen, pensioenen, enz) de verkregen voordelen besnoeien. Profiterend van de rust en de passiviteit, zullen de werkgevers zijn ondernemingen van de revolutionaire militanten zuiveren en zullen ze de invloed van de reformistische vakbeweging die„meer realistische“ en „meer consensuele“ zijn versterken.

Nochtans moeten wij handelen met de dynamica van de directe eisen.ze verdedigen en opnemen De revendicative strijd kan evolutief zijn. Men start op revendicatieve wijze maar men weet niet waar dat zal slagen. Dat begint en kan aldus evolueren :

Wij zijn in een futloze situatie, weinig strijden, de ervaring en de geschiedenis van de arbeidersbeweging worden niet meer overgebracht naar talrijke werknemers. Politiek onderhouden de partijen en de vakbonden slechts wantrouwen. Men gelooft niet in een diepgaand wijziging, het is niet in het bewustzijn van elk om een andere veronderstellingen te hebben dan het huidig maatschappij model . De toegelaten gedragsnorm die wordt verdedigd is die van de dominerende klasse : het individualisme is de regel, is gekenmerkt bij désyndicalisatie, dépolitisatie en een sociale consensus.

Maar de onderdrukking onder al zijn vormen wint terrein. De moeilijkheden stapelen zich op, de mogelijkheden om zijn slag te doen verdwijnen, zoals deze om hogere niveaus op de maatschappelijke ladder te bereiken. De strijd voor het voortbestaan veralgemeent zich, het onrechtvaardigheidsgevoel groeit. Meer dan genoeg, heeft men de keus niet meer, men moet strijden !

Het psychologische mechanisme dat van de passiviteit tot het activisme leidt brengt zich op gang. Aangezien wij in een nog realistische fase zijn, oorzaak van dépolitisatie, eisen de mensen aan het bestaandsysteem de bevrediging van hun eisen, deze eisen zijn zelf, per realisme, weinig belangrijk, tenminste in het begin.

De revendicative fase brengt zich op gang. Voor zover er successen zijn, hier en daar, geregistreerd, anderen eisen dezelfde voordelen, individueel of collectief, andere strijden beginnen, andere successen spelen op de ontwikkeling van deze strijden, weldra blijken deze voort te woekeren, het is de veralgemeningsfase. Gedurende deze fase zullen de revendicatives strijden voor een dilemma geplaatst worden :

- ofwel gaat elk conflict zijn eigen kant uit, op zijn eigen doelstellingen af, en ten opzichte van een catégorielle of corporatistische verweer, hetgeen vaak terugkomt om andere categorieën of corporaties te bestrijden, en ten slotte, om zijn belangen van klasse te bestrijden, hetgeen de macht goed uitkomt

- ofwel de situatie maakt dat de mensen in strijd, de structuren van strijd zich kruisen, zich ontmoeten, om te bespreken en zelfs om zich te verzetten en de eisen botsen. Dan als de situatie rijp is zowel op sociaal niveau als op het niveau van de politieke rijpheid,kan de eenheid zich zijn weg banen want eenheid is een levensnoodzaak voor de dynamica van de strijden.

Blijft om deze eenheid en eenheidsinhoud of verenigend eenheid te uiten . Het is aan elke organisatie om met een steun of een verwerpen van deze inhoudelijke eisen te stemmen. Maar naar mijn mening, is de inhoudelijke eenheid van de strijden slechts mogelijk met het oog op een eis die geldig is voor iedereen, sociale gelijkheid of neigend naar de gelijkheid, verwerpend alles die slechts geldig is voor een enkel professionele categorie . Dit is een voorbeeld waarvoor een anarcho-syndicalist moet staan.

Ik duid er ook eveneens op dat, voor ons, de eenheid geen uniformiteit wil zeggen. Wij verdedigen het principe van de eenheid in de verscheidenheid (verscheidenheid van de praktijken van strijden. uitgevoerde acties, analyses bijvoorbeeld…). Belangrijk, is de eenheid aan de basis van de werknemers, de werklozen en de studenten, in eigen beheer en gecoördineerd comités van strijden of staking, op eveneens verenigende eisen.

De verenigingsfase, als zij noodzakelijk is, wijzigt diepgaand de situatie en de waarneming van de dingen. Immers betekent dat dat het elk voor zichzelf, catégorieel, het corporatisme overtroffen worden aangezien het er tenslotte om gaat zich te verenigen.

Deze eis vereist en leidt bijvoorbeeld naar dat de collectieven van werklozen zich niet meer ertoe beperken om enkel voor hen voordelen te eisen, maar voor alle werklozen voor nieuwe rechten, voor de werknemers idem, voor de studenten idem. Men strijdt niet meer voor het recht op huisvesting in dit of dat stad maar voor het recht op huisvesting voor iedereen, eist men de inschrijvingskosteloosheid in deze faculteit niet meer, maar voor alle faculteiten. Men eist geen betere loonvoorwaarden meer in deze fabriek of sector van activiteit maar voor alle werknemers : men strijdt op nationaal niveau voor nationale overeenkomsten.

Dit eenheidsbeleid moet de bouw van een front van gemeenschappelijke strijden brengen naar de werklozen, studenten, loontrekkend. De vereniging wijzigt eveneens de inhoudelijke eisen : kleine krachtverhoudingen, kleine eisen, grote krachtverhoudingen, grote eisen. De eisen worden belangrijker, algemener en veeleisender. Hun kracht ontdekkend en middelen die de eenheid geeft, vergroten de strijden zich en radicaliseren zich. De strijd wordt algemeen en zijn technieken vermenigvuldigen zich ; gaande van staking naar de bezitting van fabrieken, van faculteiten, van de administratie via allerlei manifestaties tot de burgerlijke ongehoorzaamheid enz

Dit bereikt het heel sociaal systeem, de situatie wordt kritisch en kan in een andere problematiek kantelen. De mensen in strijd beginnen te kritiseren, te verwerpen en zich te keren tegen de bourgeoisie, zijn geld, het systeem aan te vallen dat dit geld en hun onderdrukking toelaat. De oorzaak van de ongelijkheden worden aan het kapitalisme en de Staat toegeschreven. De wetten en de instanties van laatstgenoemde, de rechtbanken, het Parlement, de regering, de politie, het leger, de politieke personen, enz… worden als borgen van het systeem geduid en als zodanig geïnformeerd.

De fase van politisering waarin wij ingaan bereidt andere gevechten voor. De bourgeoisie weet het en is geneigd om de situatie te laten rotten maar dat dreigt om gevaarlijk te worden. Men moet nog het spel spelen door op eisen toe te geven in de hoop de rust terug te brengen want de breuk is nog niet verbruikt, wij zijn nog in een eisen logica (zie hierboven). De reformistische vakbonden snellen aan de tafels van onderhandelingen toe, gewild door de regering en de werkgevers om met hen de antwoorden op deze eisen te bestuderen. Ofwel krijgen de mensen in strijd tevredenheid en komt de rust terug, ofwel zet het klem, er is geen overeenkomst en de wanorde gaat door. De situatie wordt voor- revolutionair, de mensen die strijden vallen de regering aan, de Staat, de partijen, de reformistische vakbonden. De morele waarden, de ethiek van de bourgeoisie worden betwist, een tegen ideologie blijkt : de solidariteit, anti-étatisme, men zoekt om anders en iets anders te zijn , verschillende betekenissen van het bestaan en de sociale betrekkingen enz

De ideologische fase is vooruitgegaan. In geval van mislukking van de onderhandelingen, bereiden en weven de allianties zich voor. De bourgeoisie zal proberen om blok te doen en zal het doen met de werkgevers, de partijen van de rechterkant, de hoge leiders van de besturen en de lichamen van de Staat. De bourgeoisie beveelt de algemene mobilisatie van alles die het kan ondersteunen. Blijft om de posities van de partijtop van liiinks en de bureaucraten van de traditionele vakbondsapparaten betrokken bij deze strijden goed in te schatten. In het algemene , zal de politico-syndicalistische liiinkerkant mondeling een hoger bod doen, zal betere hervormingen, de bevredeging van de eisen vereisen. Dat alles om de mensen in strijd te laten geloven dat zij hun eisen ondersteunen, dat zij hun belangen vertegenwoordigen. Als de massa zich laat duperen , zullen de réformisten hun invloed gebruiken om de strijd de weg van institutionele légaliliteit en door bijvoorbeeld, het idee van een regering van nationale unie, of openbaar saluut te oriënteren, soort „volksfront voor te stellen“. Regering van wie het doel, dank zij enkele réformen, zal zijn enkele kruimels en andere mini voordelen te delen aan de mensen in strijd in de hoop dat deze concessies en belofte van toekomstige wetten, geacht hun gehele bevrediging te brengen door de wettelijke middelen, de rust zullen terugbrengen.

Gelijktijdig zal deze linkerkant proberen om de strijd te beperken tot de materiële en directe eisen en zal proberen de mensen in strijd te verdelen. Via de vakbonden zal zij van haar invloed gebruik maken om de verbindingen tussen werknemers, studenten, werklozen te saboteren, enz…. Door het blokkeren alle solidariteitsacties , de doelstellingen van strijd beperken tot de ondernemingen, die revolutionaire avonturisme aangeven. Rest nog aan de mensen in strijd om hun actie te stoppen en op te bergen en de wonderen van deze volksregering afwachten die, door de strijden die zich ontbinden, rustig zijn verplichtingen zal kunnen verraden .

Want de politico-syndicalistische linkerkant heeft niet ten doel het kapitalisme en zijn ongelijkheden omver te werpen. Deze linkerkant is slechts een component van de bourgeoisie dat parlementairen, vakbondspartijbestuurders, het hoog van openbare instanties., al degenen die zich lid van een kleine en gemiddelde bourgeoisie kunnen erkennen omvat . Zijn gevestigd belangen hangen dus van het kapitalistische kader af, een libertaire sociale revolutie zou voordelen en bevoegdheden aan de leden van deze klasse afnemen. In laatste beroep zal zij elk revolutionair gedrang bestrijden en zal zich aan de conservatieve krachten verbinden. Als de linkerkant niet voldoende is om de strijden in de handhaving van de orde te kanaliseren, zal de bourgeoisie zich altijd in het dictatoriale avontuur met of zonder de wettelijke zegening van het Parlement kunnen storten. De ideologische fase die, indien mogelijk en met kennis van zaken, zijn loopgraven heeft gedaan, is de tijd gunstig om de concrete middelen van een andere samenleving (en dus van een andere cultuur) op te stellen bekwaam om aan de nieuwe materiële en ethische eisen te voldoen. Het invoeren van deze andere samenleving zou de utopische fase genoemd kunnen worden.

Natuurlijk kan dit proces slagen ofwel kapseizen, maar niets maakt het mogelijk om zijn afloop van tevoren te voorzien.

Het is duidelijk dat deze redenering per fases daar slechts is om mijn visie van de dingen te verduidelijken. In de werkelijkheid, voegen de verschillende fases zich, overlappen zich elkaar, dringen in elkaar door. Elke fase bevat in zichzelf reeds een deel van de elementen dat het kan brengen op het niveau van hogere ontwikkeling.

De strijd kent weliswaar vooruitgangen maar ook teruggangen. De algemene stakingen kunnen zich opvolgen ofwel de plaats laten aan een uiterst verwarde en hardnekkige beweging die het bestoken op een grote schaal uitoefent.

De hypothesen zijn natuurlijk veelvoudig. De werkelijkheid, de concrete voorwaarden van de klassenstrijd zullen ons klaarheid schenken op de te houden houding. . LEVE DE ALGEMENE STAKING,LEVE DE UTOPISCHE FASE

Aldus zien wij goed dat in het begin de revendicative logica niet voor of tegen het kapitalisme is, zij zouden zelfs eerder verband houden met het bestaande kader. Maar de revendicative logica, door te evolueren, kan op een belangrijke sociale crisis uitlopen.

Het andere aspect van de directe eisen is de weigering te wachten op komende mooie dagen , de grote avonden, de weigering van de beloftes van paradijzen van alle soorten, de weigering van wachtwoorden van het soort „zijt wijs en geduldig, morgen zal het beter“ zijn. Dit sociale stoïcisme bestaat ten slotte daarin om het sociale kader te willen handhaven.

De directe eis wijzigt de materiële basis van de samenleving en de personen en dus hun ideeën en verwijzingen. Want ik ben éen van degenen die geloven dat de materiële basis van de samenleving, collectieven en personen in hun waarnemingen en beeldvorming van de dingen speelt. Ik geloof niet dat de grote ellende opstand en groot revolutionair bewustzijn betekent. Uitgaande van het adagium „hongerige buik heeft geen oren“,ben ik overtuigd dat de grote ellende geen plaats aan diepe analyses laat , want deze maakt te zwak, te behoeftig, dwingt te veel om het voortbestaan. Er is een zekere graad van materieel comfort nodig om zich over iets anders zorgen te maken dan dat van de dagelijk voedingskom .

Bijvoorbeeld, is het gemakkelijk om vast te stellen dat noodzaak om te produceren tijdens de twee laatste oorlogen, een aantal vrouwen hun haard verlieten, die aldus de domheid van de werkgeversideologie ontdekten, die van de man de loontrekker en het enige financiële bron van de familie maakte. Zij ontdekten, dat zij gelijksoortige dingen konden doen : de onderneming, het salariat, en vooral de vrijheid om niet aan hun heer van echtgenoot onderworpen te worden. Ten gevolge van de groei, zal de féminisatie van de arbeidskrachten sneller gaan en de vrouwen een zekere economische autonomie en meer onafhankelijkheid brengen. Feministische ideeën hadden zich enkel nog te verspreiden vandaar volgde vergevorderden ideologische en culturele wijzigingen.

Het gezondheidscomfort heeft het idee van hygiëne gewijzigd en de lichamelijke waarneming, het geneeskundige comfort, hem, heeft de visie op de gezondheidzorg en de rol van de geneeskundige bescherming geaccentueerd, van zijn ethiek.

De arbeidstijdverkorting en de relatieve vermindering van de moeilijkheidsgraad doen ons nadenken over de vrije tijd,, het plezier. Probeert vandaag maar uit te leggen dat wij daar slechts zouden zijn om te produceren en dat vrije tijd zondig is, ik laat u het resultaat raden.

Dat dit zich op individueel niveau of dat van de sociale lagen van een samenleving afspeelt, is de materiële situatie direct van invloed op hun ideeën, hun waarnemingen, hun verbeeldingen. Men denkt niet en men plant dezelfde ideeën niet in het stenenn het brons of de computer tijdperk,. Men heeft hetzelfde beeld van de armoede niet in Westen als in Afrika, houdt het oordeel in deze kwestie noodzakelijkerwijs verband met de economische contexten van de landen.

Blijft ons te bepalen wat moet verdedigd, verworpen of gewijzigd worden op materieel en ideologisch niveau. Willen verwerpen, zich afkeren, en zelfs directe eisen weigeren en daarbij zelfs de basis van het materiële leven van de werknemers en onderdrukten weigeren te beïnvloeden is zowel misdadig, bedrieglijk als gevaarlijk.

Misdadiger omdat het ontkennen van het recht van het leven van de meest onderdrukten te beteren door te weigeren het evolutieve verhoudingen van de revendicatives strijden in het bewustzijn te voeren. De ideologisch materieel-concept situationeel verhoudingen ontkennen lijkt me te ambigu voor een syndicalist.

Bedrieglijk omdat een revolutionaire organisatie die elk revendicatif aspect zou verwerpen zou geen enkel effect hebben in de sociale klassestrijden en derhalve tot niets zou dienen want de massa’s zouden van de diensten van zo’n organisatie voorbijgaan door hun revendicative strijden niettemin voort te zetten.

Gevaarlijk omdat een dergelijke organisatie door degenen zelfs zou aangevallen worden die zij wilde verdedigen, erger nog, zij zou een feitelijk alliantie met contra-revolutionairen door haar non-engagement vormen.

Wij zien goed de noodzaak van de revendicative strijd, met zijn vallen, zijn gevaren, maar ook met zijn positieve vooruitzichten. Enkel de eisen die zich van onze tactische en theoretische principes verwijderen moeten bevochten worden. Alles wat tot de verbetering van de algemene levensomstandigheden bijdraagt, op economisch, psychologisch, lichamelijk niveau enz… moet ondernomen worden. Alles wat ernaar streeft het exploitatieniveau te verminderen, zelfs als hij het niet afschaft, moet voortgezet zijn. Alles wat een samenleving toelaat die in sociale klassen wordt verdeeld, moet bevochten worden.

Een andere constatering kan noodzakelijk zijn als de revendicatieve strijd min of meer onze logica van fases door accumulatie van experimenten volgt (ik ben overtuigd dat het door ervaring en behoeften zijn die de sociale tactieken en de sociale doctrines ontstaan). Het is niet voldoende om als mens in dit of dat situatie te duiken opdat, spontaan de adequate antwoorden op de doelstellingen mechanisch volgen. Men moet rekening houden met het feit dat de persoon handelt en denkt in functie van zijn doelstellingen, zijn persoonlijke en omringende ideologische verwijzingen, van zijn relationele en sociale geschiedenis die zijn psychologie markeert.

Men mag niet vergeten dat alle personen dezelfde ervaring van het sociale conflict niet hebben. Wij hebben degenen die radicale strijden maar beperkt door het aantal deelnemers en derhalve gebleven bij de fase van de eisen, of degenen die ofwel van de revoluties hebben geleefd, ofwel van de veralgemeende stakingen van het type 68 en die dezelfde ervaring en dezelfde conclusies niet hebben.

De capaciteit van de politiekers om de problemen te behandelen (manipulaties, intoxicatie…) of de manier om ze te behandelen (repressie…) grijpen eveneens in de strijdprocessen in. Vandaag stelt de vraag zich aan elke generatie over de banden die het mogelijk maakt de ervaring van de vorige generaties mee te delen want het is de accumulatie en de overdracht van al deze experimenten die mogelijk maakt om een eenheidstheorie en tactiek van de massa te volgen.

Zeer gelukkig, houdt de verwerving van waarden en strijdende kennis verband met de collectieve en historische ervaring. Het sociale, economische, ideologische milieu van een klasse markeert het bewustzijn van elke persoon van deze. Daarom spreekt men over tradities van strijden, arbeiders- of burgerlijke bastions, van revolutionaire milieu’s of arbeiders-, vakbonds-, politieke reformisten.

Natuurlijk de evolutie van het kapitalisme, de verdwijning van oude industriële plaatsen ,de plaatsen en middelen van overdracht van deze experimenten van strijd, hetgeen zeer de rijpingsprocessen moeilijk maakt, de quantificatie van deze verschillende experimenten van de klassestrijd , vooral gezien uit een breukproblematiek . De kortstondigheid van de strijden en de structuren, bij gebrek aan voortduren maakt „de transformatieve“ band en de accumulatie van nieuwe experimenten moeilijk.

De in zichzelf gekeerde reformistische vakbeweging , in zijn ondernemingen, verdedigt slechts nog pietluttige voordelen en maakt zich opzettelijk zeer weinig zorgen om de syndicalistische beweging zijn rol te laten spelen wat zijn belang en zijn originaliteit ervan deed Na de vakbeweging van zijn echt doel omgelegd te hebben met name de defensie van de morele gevestigd belangen en van de werknemers en hun emancipatie door de afschaffing van salariat en het kapitalisme, hebben de reformisten de vakbond van haar andere levensfunctie ontdaan. Voor ons, moeten de vakbonden, zoals in hun oorsprong de plaatsen van volks- en arbeiders opvoeding zijn ; plaatsen waar men de waarden, de werkelijk socialistische en revolutionaire principes en de ideeën moet verdedigen.

Er blijft nu om de vraag te stellen om te weten welk de vakvereniging bekwaam is om het kapitalisme op economisch, politiek niveau zowel te betwisten, als ideologisch, dat wil zeggen over het geheel genomen.

- bekwaam om de banden tussen generaties te verzekeren, de autonomie van de progressieve krachten, de onafhankelijkheid ten aanzien van de politieke partijen te waarborgen, zonder enig compromitssen te sluiten met de politiekers en de vakbondslieden die aan de bourgeoisie worden verkocht.

- bekwaam om aanwezig te zijn in elke fase van de strijd, voldoende pedagogisch te zijn om op de aanwezige taken en de verschillende opeenvolgende fases klaar te zijn..

Tot nu toe ken ik slechts één concept dat aan deze eisen voldoet, het is het ANARCHO- SYNDICALISME, dat er één organisatie is die het draagt en het verdedigt : de Associatie International der Terwerkgestelde,(vrij vertaald van Association Internationale des Travailleurs), Franse afdeling van de Internationale Vereniging van de Werknemers, CNT.

Een anarcho-syndicalist. militant
CNT-AIT de Lille et du Hainaut-Flandres – regio Lille Hainaut Vlaanderen

http://cnt-ait.info

contact@cnt-ait

Laisser un commentaire

Votre adresse e-mail ne sera pas publiée.